Maak kennis met Wereldburgers voor de Klas

Wereldburgers voor de Klas is een traject voor hoogopgeleide statushouders, Oekraïense ontheemden en kennismigranten met een erkende bevoegdheid.

Zij krijgen de kans om hun onderwijsloopbaan in Nederland voort te zetten. Met intensieve begeleiding, taaltraining en praktijkervaring worden zij klaargestoomd voor een volwaardige rol in het Nederlandse onderwijs. Scholen krijgen gemotiveerde collega’s met een diverse achtergrond, die bijdragen aan een inclusieve leeromgeving.

Samen bieden we kansen, versterken we het onderwijs en helpen we het lerarentekort terug te dringen.

Wil je als school meer weten over het traject Wereldburgers voor de Klas neem dan contact met ons op:

Meet&Greet

Op vrijdag 6 juni a.s. vindt de Meet&Greet plaats voor Wereldburgers voor de Klas. Heb jij als school interesse en wil je op de ochtend van 6 juni kennis maken met potentiële Wereldburgers voor de Klas en meer weten over het traject?

Het programma op hoofdlijnen:

Vragen en Antwoorden – Wereldburgers voor de Klas

Hoe ziet een traject eruit?

Het traject duurt in principe één schooljaar. Deelnemers zoeken idealiter vanaf april/mei voorafgaand aan het schooljaar een stageplek of kleine aanstelling als onderwijsassistent. Afhankelijk van hun gemeente volgen ze vooraf al NT2-lessen en workshops. Op school start het traject in september en loopt tot juli. In de praktijk hebben de meeste kandidaten langer dan een jaar nodig om door te groeien naar volwaardig docentschap, vanwege taalontwikkeling, gewenning aan de Nederlandse onderwijscultuur en vereiste competenties.

De deelnemers hebben ruime onderwijservaring in hun land van herkomst, meestal buiten de EU. Vaak gaat het om statushouders en soms als partners van expats of met een andere achtergrond. Ze beschikken over een IDW-diplomawaardering (bachelor of master) en meestal een DUO-verklaring van eerste- of tweedegraads bevoegdheid in een vak. Dit kan een regulier vak zijn (zoals wiskunde, natuurkunde, biologie), maar ook niet-reguliere vakken zoals Turks of psychologie. Ze spreken minimaal op B1-niveau Nederlands en groeien tijdens het traject naar B2-niveau, inclusief vak- en schooltaal. Taalontwikkeling is een essentieel onderdeel van het traject. Daarom is het belangrijk dat scholen ruimte bieden om Nederlands te oefenen en tolerant zijn voor taal- of formuleringsfouten. Alleen zo kunnen deelnemers zich echt ontwikkelen. Ze zijn pedagogisch sterk, hebben ervaring met tieners en kennen didactische werkvormen. De grootste uitdaging ligt in de aansluiting op het Nederlandse onderwijssysteem, waarvoor begeleiding nodig is vanuit de school. De organisatie fungeert als aanspreekpunt, biedt advies, en volgt de voortgang om knelpunten snel samen op te lossen.

De werkzaamheden verschillen per deelnemer, afhankelijk van hun ervaring en leerbaarheid. In het traject starten deelnemers met observeren en het individueel begeleiden van leerlingen tijdens de les. Na de kerstvakantie geven ze ook kleine, voorbereide onderdelen van lessen. Ze kunnen docenten ondersteunen in de klas, bij de lesvoorbereiding en bij correctiewerk. Hun rol is flexibel en gericht op het ontlasten van de docent, maar tegelijk is het belangrijk dat ze kunnen doorgroeien naar een zo zelfstandig mogelijke rol. Dit vraagt op school aandacht voor hun ontwikkeling, ruimte om meer verantwoordelijkheid te nemen waar mogelijk, en constructieve feedback om verder te groeien.

Deelnemers starten zelden of nooit als volwaardig docent. Vanwege hun taalniveau en onbekendheid met het Nederlandse onderwijssysteem is dat in het begin meestal niet haalbaar. Ze moeten wennen aan de onderwijscultuur in Nederland, zoals de docent-leerlingverhouding, samenwerking tussen collega’s en het belang dat hier gehecht wordt aan zelfreflectie en blijvende ontwikkeling. Daarom starten ze als stagiair/docentondersteuner, onderwijsassistent of technisch onderwijsassistent (bij bètavakken). Het doel is dat ze gedurende het jaar (of anderhalf jaar) zoveel mogelijk doorgroeien richting een zelfstandige rol als docent.

Een deelnemer kan in dienst worden genomen als onderwijsassistent (0,2–0,4 fte), bij voorkeur voor een heel schooljaar, maar minimaal voor zes maanden. Halverwege stoppen is onwenselijk. Een stageovereenkomst is ook mogelijk, met dezelfde voorkeur voor duur. Een stagevergoeding is optioneel en wordt door het schoolbestuur bepaald. Onderwijsregio Rijnmond heeft per schooljaar voor 8 tot 10 wereldburgers budget beschikbaar voor de begeleiding van Wereldburgers voor de Klas en een vergoeding aan de school indien nodig. 

De trajectdagen zijn op dinsdag en vrijdag. Deelnemers zijn daarnaast op twee van de drie overige dagen (maandag, woensdag, donderdag) beschikbaar voor school. Welke dagen dat precies zijn, wordt in overleg bepaald. 

Dat hangt af van de situatie. Bij een aanstelling als onderwijsassistent of technisch onderwijsassistent ontvangen deelnemers salaris via de school. Als ze stagiair zijn, krijgen ze in principe geen betaling, tenzij er een stage- of reiskostenvergoeding wordt afgesproken. Deelnemers krijgen geen vergoeding via Wereldburgers voor de Klas. Sommigen ontvangen een uitkering van de gemeente. In dat geval is het belangrijk om goede afspraken te maken met de gemeentelijke contactpersoon. Gemeenten zijn vaak bereid de uitkering voort te zetten, zeker bij een goed plan en begeleiding. Voor deelnemers is dit traject een investering in hun toekomst.

Goede begeleiding op school is cruciaal en moet zich richten op twee aspecten:

  1. Inbedding in de Nederlandse onderwijscultuur: Deelnemers moeten actief kunnen meedoen aan alle aspecten van het schoolleven, zoals ouderavonden, rapportvergaderingen en buitenschoolse activiteiten. Collega’s moeten begrijpen dat taalproblemen geen gebrek aan vakkennis betekenen en dat deelnemers tijd nodig hebben om zich te ontwikkelen. Betrokkenheid bij het team is essentieel. Bij problemen is het belangrijk om snel contact te zoeken met de projectleider, zodat er in het traject gericht op gestuurd kan worden.

  2. Taalontwikkeling: Vakdocenten hoeven geen NT2-specialisten te zijn, maar het is wel belangrijk om te volgen of een deelnemer groeit in vaktaal en schooltaal. Materialen zoals syllabi of definities kunnen gedeeld worden met het trajectteam, zodat deze verwerkt kunnen worden in de NT2-lessen. Zo vergroten we samen de kans op succesvolle doorstroom naar een volwaardige docentenrol — een winst voor het onderwijs, de deelnemer én de leerlingen.
Hoe ziet het traject eruit?

Het traject bestaat uit een hoofdtraject van ongeveer een jaar. Dat kan soms iets langer duren, afhankelijk van hoe snel je vooruitgaat. In principe is het dus een jaar, maar op sommige plekken is er ook nog een voortraject van zo’n twee maanden.

Als je wil weten hoe lang het echt duurt voordat je kans maakt op een baan als docent, dan zeggen wij: reken op één plus één, dus twee jaar – en vaak nog wel iets langer. Zeker als je in het primair onderwijs aan de slag wilt, dan heb je echt een paar jaar nodig om daar te komen.

Wat belangrijk is om mee te kunnen doen, is of je subsidiabel bent – dus of er financiering mogelijk is voor jouw traject. Dat hangt van een paar dingen af:

Je moet statushouder zijn of uit de Oekraïne komen. Voor het primair onderwijs moet je het staatsexamen op B2-niveau hebben gehaald. Voor het voortgezet onderwijs is minimaal B1 voldoende.

Wij willen in ieder geval dat je bij DUO spreken en luisteren op B1-niveau hebt gehaald om te kunnen starten. Verder heb je een onderwijsbevoegdheid uit je eigen land nodig, die erkend is door DUO. Dus je moet een eerstegraads of tweedegraads bevoegd docent zijn in een vak.

Als je ervaring hebt in of specifiek wilt werken binnen het mbo, wetenschappelijk onderwijs, de volwasseneneducatie of kinderopvang: daar hebben we op dit moment nog geen trajecten voor. Maar je kunt altijd een gesprek met ons aanvragen – dan kunnen we je misschien op een lijst zetten voor later.

Kortom: je taalniveau, je diploma, de waardering via het IDW, je onderwijsbevoegdheid én je status zijn allemaal belangrijk.

Als je meedoet met Wereldburgers voor de Klas, moet je rekenen op twee dagen per week voor lessen en twee dagen per week voor meelopen op een school. In Rotterdam en Rijnmond zijn de lesdagen op dit moment de dinsdag en vrijdag, maar dat kan nog veranderen – we laten dat natuurlijk zo snel mogelijk weten.

Op die dagen heb je drie uur NT2-les via de methode Link+. Daarnaast krijg je soms (niet elke week) coaching, intervisie of workshops over het Nederlandse onderwijs en de onderwijscultuur. Dat gebeurt ongeveer tien keer per jaar, dus zo’n één keer per maand.

Je moet dus echt twee dagen per week beschikbaar zijn voor de lessen, workshops en andere afspraken.

Daarnaast vragen we je om ook twee dagen per week op een school mee te lopen. Die school moet je zelf zoeken – wij hebben geen lijst met beschikbare plekken. We helpen je wel bij het zoeken, bijvoorbeeld door mee te gaan naar een gesprek met een school en uit te leggen wat wij doen en hoe subsidie geregeld kan worden. Maar jij moet zelf actief zijn in het vinden van een plek: dit is een voorwaarde om mee te kunnen doen met dit traject.

Of je kunt meedoen, hangt dus ook af van of je al een school hebt gevonden voor het hoofdtraject – een plek waar je een jaar lang twee dagen per week kunt meelopen als stagiair of onderwijsassistent. Dat kan als (onbetaalde) stagiair of met een (betaalde) baan (max. 0,4 fte) als (technisch) onderwijsassistent.

Wat je mogelijkheden na dit traject zijn, hangt heel erg af van hoe jouw traject bij ons verlopen is. Wij doen ons best om je te helpen en je kansen zo groot mogelijk te maken – maar we kunnen geen garantie geven op een baan als docent.

Wij bepalen dat ook niet zelf. Wat wij doen, is een brug slaan tussen jou en jouw onderwijservaring in je eigen land, en de Nederlandse scholen en onderwijscultuur. Bij de één lukt dat makkelijker dan bij de ander.

Je taalontwikkeling is daarbij heel belangrijk. De meeste mensen starten bij ons met minimaal B1-niveau in het Nederlands, maar er zijn er ook die al op B2 zitten. Dan is het logisch dat zij sneller op een taalniveau zijn waarmee ze als docent kunnen werken in Nederland.

Vooral in het primair onderwijs moet je er niet vanuit gaan dat je na een jaar al juf of meester kunt worden. Soms moet je alsnog de Nederlandse pabo volgen om die stap te kunnen maken. Dat verschilt ook per school.

Op sommige scholen kun je wél een vaste baan krijgen als onderwijsassistent. Het is dus echt heel verschillend, en daarom kunnen we daar geen algemene uitspraak over doen.

Meestal krijg je niet betaald voor dit traject. Alleen als het je lukt om een aanstelling te krijgen als onderwijsassistent op een school, krijg je salaris. In alle andere gevallen ben je stagiair en dat is onbetaald.

Soms kun je op een school een stagevergoeding afspreken, maar daar zijn geen vaste regels voor. Er zijn ook genoeg mensen die een jaar lang onbetaald stage lopen op een middelbare school. Dat komt doordat je die ervaring gewoon nodig hebt om uiteindelijk kans te maken op een betaalde baan in het onderwijs.

In die zin is het dus heel waardevol, ook al krijg je er geen salaris voor. Wereldburgers heeft zelf geen geld om jou te betalen. Ook je reiskosten zijn in principe voor eigen rekening. Daarom is het slim om een school te zoeken die zo dicht mogelijk bij jou in de buurt is.

Voor de lessen van het traject moet je naar de dichtstbijzijnde locatie komen – we zitten nu in Krimpen a/d IJssel en vanaf september 2025 ook in Schiedam. Ook daarvoor zijn de reiskosten voor jezelf.

Zie dit traject dus echt als een investering in je eigen toekomst. En als je een uitkering van de gemeente hebt, is het belangrijk om met je contactpersoon te bespreken of je mag deelnemen met behoud van je uitkering.

Aanmelden kan via het e-mailadres: info@wereldburger.nl

Op de hoogte blijven?

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.